Het werd Sri Lanka (deel 9)

Onze saoedische vrienden 2

Onze Saoedische vrienden      

Op maandag, terwijl er op het vliegveld van Colombo een begin wordt gemaakt met de grootscheepse evacuatie van ‘alle’ Nederlandse backpackers, rijden wij in een tuktuk door de heuvels rond Nuwara EliyaWe zijn op weg naar een theefabriek.

Als we daar zijn aangekomen krijgen we een gratis privé-rondleiding. We leren van alles over het plukken, drogen en verwerken van thee, daarbij op de hielen gezeten door een gezinnetje uit Saoedi Arabië of daaromtrent, dat eveneens door de fabriek wordt rondgeleid.

De vader draagt een korte broek en een T-shirt dat een beetje strak zit van de opgepompte sportschoolspieren. Over de twee rondrennende kindertjes valt weinig te melden. Maar met de moeder in boerka, die een derde kindje in een babywagen voortduwt, is iets raars aan de hand. In plaats van haar gezicht met een deel van haar gewaad af te dekken, draagt ze een donkere zonnebril en een lichtblauw mondkapje dat fel afsteekt tegen al het zwart eromheen.

Opeens valt het kwartje. Sinds vandaag geldt er een officieel verbod op gezichtsbedekkende kleding, en dit is de creatieve oplossing die de vrouw (of haar man!) heeft bedacht om haar gezicht toch niet aan de boze buitenwereld te hoeven tonen. Ik word altijd al een beetje kriegel van vrouwen in boerka, maar dit slaat alles.

“Our Saudi friends”. Ik hoor het een grijnzende George W. Bush nog zeggen, ten tijde van de oorlog tegen Irak.

De warme banden tussen het westen en het Saoedische regime worden nog altijd zorgvuldig gekoesterd. Zo kreeg de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman na de moord op de journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel, waartoe hij hoogstwaarschijnlijk zelf opdracht had gegeven, allerlei tips van zijn goede vriend Jared Kushner, de schoonzoon van Donald Trump, hoe hij de publicitaire schade het best kon beperken. De kroonprins heeft nog veel meer westerse vrienden. Onlangs zat hij nog gezellig te babbelen met onze koningin, nota bene over vrouwenrechten.

De laatste paar dagen lees ik steeds meer over de rol die Saoedi Arabië zou hebben gespeeld in het radicaliseren van de moslimjeugd hier in Sri Lanka. Al jaren pompen ze miljoenen oliedollars in het bouwen van moskeeën en religieuze scholen en universiteiten ter bevordering van het zogeheten wahabisme, de ultraconservatieve stroming binnen de islam die door het Saoedische koningshuis wordt aangehangen.

Het schijnt dat hier twintig jaar geleden bijna geen enkele moslima in boerka rondliep. De laatste jaren zie je ze hoe langer hoe meer. Nu kun je nog denken dat ze dat vooral zelf moeten weten, maar de toename van gesluierde vrouwen gaat gepaard met het intimideren en wegtreiteren van de meer gematigde geloofsgemeenschappen hier op het eiland. Zo hebben de soefi’s de autoriteiten al herhaaldelijk om bescherming moeten vragen.

Net als de strijders van ISIS waren de aanslagplegers van Eerste Paasdag overtuigde wahabieten, en het laatste woord is nog niet geschreven over de vele lijntjes die tussen hun leider en diverse Saoedische geestelijken, geldschieters en machthebbers zouden hebben gelopen.

Een paar dagen na ons bezoek aan de theefabriek lees ik dat Saoedi Arabië haar burgers nu ook heeft opgeroepen om Sri Lanka zo snel mogelijk te verlaten. Waarom nu pas, en niet eerder, zoals de meeste andere landen deden? Het komt natuurlijk door het boerkaverbod. De dreiging van nieuwe terreuraanslagen was tot daaraan toe, maar stel je voor dat vreemde mannenogen hun vrouwelijke onderdanen recht in het gezicht zouden kunnen aankijken. Dat vinden onze vrienden pas echt gevaarlijk!

Het is flauw van me, deze gedachte, en meer dan een beetje hatelijk. Net als ieder land heeft Saoedi Arabië het volste recht om zijn burgers in den vreemde tijdig te waarschuwen voor dreigend gevaar. Gezien de oplaaiende antimoslim sentimenten hier in het land, waar ik mezelf helaas ook op betrap, lopen Mondkapje en haar gezinnetje wellicht meer risico dan wij. 

Weer een paar dagen later meldt de Sri Lankaanse nieuwsdienst dat een Libanese krant de hand heeft weten te leggen op een topgeheim memo van de Saoedische minister van buitenlandse zaken aan de ambassadeur in Colombo, daterend van 17 april, dat wil zeggen vier dagen vóór de aanslagen. 

In het memo wordt de ambassadeur dringend verzocht om per direct alle computerbestanden en recente correspondentie met derden te wissen én om iedereen gelieerd aan het Koninkrijk van Saoedi Arabië te instrueren om de komende dagen plekken te vermijden waar veel mensen samenkomen, inclusief kerken, en dan met name op Eerste Paasdag.

Dat is wel een héél erg tijdige waarschuwing. 

De Saoedische ambassade werpt de huiveringwekkende implicaties van het memo verre van zich af. Het zou om een vervalsing gaan. Natuurlijk zullen ze dat zeggen. Wie weet hebben ze gelijk. We leven in een tijd van desinformatie en wilde complottheorieën.

Maar we leven ook in een tijd waarin steeds meer aan het licht komt over de financiële en logistieke steun die de regimes van Saoedi Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten verlenen aan terroristische groeperingen als ISIS, Al Qaida en Boko Haram.

Misschien kunnen we de kwestie ter sprake brengen bij een volgend onderhoud met de Saoedische kroonprins: even goeie vrienden, Mo, maar hoe zat het met dat memo van jouw minister van buitenlandse zaken aan de ambassadeur in Colombo?

(ga verder naar deel 10: konden we nog wel genieten?)

One Reply to “Het werd Sri Lanka (deel 9)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s